Bij staatsbedrijven is integriteit geen bijzaak. Het is een fundament.
Omdat deze organisaties zich bevinden op het snijvlak van overheid, politiek, economie en publieke middelen, is het risico op belangenverstrengeling reëel. Dat vraagt niet alleen om regels, maar vooral om cultuur.
Een goede governance cultuur betekent dat belangen tijdig worden gemeld. Dat nevenfuncties transparant zijn. Dat aanbestedingen zorgvuldig verlopen. Dat benoemingen uitlegbaar zijn. Dat er duidelijke procedures zijn voor conflicterende belangen. En dat mensen elkaar durven aanspreken wanneer grenzen vervagen.
Integriteit moet niet pas onderwerp worden wanneer er een incident is. Het moet onderdeel zijn van de normale toezichtagenda.
De Raad moet regelmatig stilstaan bij vragen als:
Welke integriteitsrisico’s lopen wij?
Zijn onze procedures voldoende duidelijk?
Is er sprake van belangen die de onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden?
Is er een veilige manier om misstanden te melden?
Wordt voorbeeldgedrag zichtbaar getoond door bestuur en toezicht?
Want uiteindelijk wordt governance niet alleen bepaald door statuten, reglementen en vergaderstukken. Governance wordt zichtbaar in gedrag.
Risico’s van zwak toezicht
Wanneer toezicht onvoldoende functioneert, ontstaan risico’s die vaak pas laat zichtbaar worden.
Een Raad die onvoldoende deskundig is, kan belangrijke signalen missen. Een Raad die onvoldoende onafhankelijk is, kan te veel meegaan met het bestuur of met politieke verwachtingen. Een Raad die te weinig tijd besteedt aan zijn taak, kan niet werkelijk begrijpen wat er speelt. En een Raad die geen kritische cultuur heeft, kan problemen laten voortbestaan uit loyaliteit, gemak of terughoudendheid.
De gevolgen kunnen groot zijn: financiële verliezen, reputatieschade, slechte dienstverlening, verlies van vertrouwen, juridische problemen of gemiste strategische kansen.
Zwak toezicht is daarom niet alleen een intern probleem. Bij staatsbedrijven kan het een maatschappelijk probleem worden.
Wat sterk toezicht oplevert
Sterk toezicht levert veel op. Het helpt bestuurders om betere besluiten te nemen. Het zorgt dat risico’s eerder worden besproken. Het maakt strategie scherper. Het vergroot de kwaliteit van investeringsbeslissingen. Het beschermt publieke middelen. Het versterkt integriteit. En het draagt bij aan vertrouwen in de organisatie.
Sterk toezicht is niet bedoeld om bestuurders te hinderen. Het is bedoeld om organisaties beter te maken.
Een goede Raad is geen rem op ontwikkeling. Een goede Raad is een waarborg dat ontwikkeling verantwoord plaatsvindt.
Zeker in een land dat zich voorbereidt op groei, internationale samenwerking en economische transformatie, is dat van grote waarde.
De Surinaamse opgave: professionalisering zonder polarisatie
Het gesprek over staatsbedrijven en toezicht kan gevoelig zijn. Het raakt aan politiek, benoemingen, macht, verantwoordelijkheid en vertrouwen. Juist daarom is het belangrijk om dit gesprek professioneel te voeren.
De kern is niet om personen of organisaties te veroordelen. De kern is om de lat hoger te leggen.
Suriname heeft behoefte aan staatsbedrijven en overheid-gelieerde ondernemingen die klaar zijn voor de toekomst. Dat vraagt om bestuurders die professioneel kunnen leiden, maar ook om toezichthouders die hun rol serieus nemen.
Professionalisering betekent dat toezicht niet langer wordt gezien als een formele positie, maar als een vak. Een vak dat vraagt om kennis, voorbereiding, ethisch besef, onafhankelijkheid en permanente ontwikkeling.
Dat begint met eenvoudige maar fundamentele vragen:
Heeft iedere Raad een duidelijke profielschets?
Worden toezichthouders zorgvuldig geselecteerd?
Is er een introductieprogramma voor nieuwe leden?
Worden Raden periodiek geëvalueerd?
Is er scholing op het gebied van governance, financiën, risico’s, integriteit en wetgeving?
Wordt het functioneren van toezicht bespreekbaar gemaakt?
Als deze vragen serieus worden genomen, ontstaat een beweging van formeel toezicht naar professioneel toezicht.
Conclusie: toezicht als toetssteen voor vertrouwen
Staatsbedrijven en overheid-gelieerde ondernemingen spelen een belangrijke rol in de toekomst van Suriname. Zij kunnen bijdragen aan economische ontwikkeling, publieke dienstverlening, werkgelegenheid en maatschappelijke vooruitgang.
Maar die bijdrage is niet vanzelfsprekend. Zij vraagt om goed bestuur en sterk toezicht.
De kwaliteit van toezicht laat zien hoe serieus een samenleving omgaat met publieke middelen, publieke belangen en publieke verantwoordelijkheid. Daarom is toezicht bij staatsbedrijven een toetssteen voor governance.
Niet de aanwezigheid van een Raad is doorslaggevend, maar de kwaliteit van het werk dat die Raad verricht.
Niet de benoeming is het bewijs van goed bestuur, maar de bekwaamheid, onafhankelijkheid en integriteit waarmee de toezichthouder zijn taak uitvoert.
Voor Suriname ligt hier een belangrijke kans. Door toezicht bij staatsbedrijven en overheid-gelieerde ondernemingen verder te professionaliseren, kan het vertrouwen in publieke organisaties worden versterkt en kan de basis worden gelegd voor duurzame nationale ontwikkeling.
De centrale vraag voor elke staatsdeelneming, elk overheid-gelieerde bedrijf en elke toezichthouder zou daarom moeten zijn:
Draagt ons toezicht zichtbaar bij aan beter bestuur, betere besluiten en meer vertrouwen?
Als het antwoord daarop overtuigend ja is, wordt toezicht niet langer gezien als formaliteit, maar als een essentiële bouwsteen van goed bestuur.