Staatsbedrijven en overheid-gelieerde ondernemingen: toezicht als toetssteen voor vertrouwen
Featured

Staatsbedrijven en overheid-gelieerde ondernemingen: toezicht als toetssteen voor vertrouwen

Staatsbedrijven en overheid-gelieerde ondernemingen nemen in elke samenleving een bijzondere positie in. Zij zijn vaak actief in sectoren die direct raken aan het dagelijks leven van burgers en aan de ontwikkeling van het land. Denk aan energie, transport, infrastructuur, financiële dienstverlening, natuurlijke hulpbronnen, nutsvoorzieningen en andere strategische domeinen.

Juist omdat deze organisaties zo belangrijk zijn, kan hun governance niet worden gezien als een interne aangelegenheid alleen. De wijze waarop zij worden bestuurd en gecontroleerd, raakt aan vertrouwen, publieke middelen, economische ontwikkeling en maatschappelijke stabiliteit.

In deze editie van Governance Intelligence Suriname staan wij stil bij een vraag die steeds belangrijker wordt:

Hoe professioneel is het toezicht op staatsbedrijven en overheid-gelieerde ondernemingen, en is dat toezicht voldoende toegerust voor de toekomst van Suriname?

Een bijzondere positie tussen overheid en markt

Een staatsbedrijf is geen gewone onderneming. Het opereert vaak bedrijfsmatig, maar draagt tegelijk een publieke verantwoordelijkheid. Dat maakt de positie van deze organisaties complex.

Aan de ene kant moeten zij professioneel, efficiënt en financieel verantwoord functioneren. Aan de andere kant dienen zij publieke belangen die verder gaan dan winst, omzet of rendement. Zij moeten bijdragen aan continuïteit van dienstverlening, nationale ontwikkeling, toegankelijkheid, betrouwbaarheid en maatschappelijk vertrouwen.

Daarmee ontstaat een spanningsveld dat niet vanzelf goed wordt opgelost. De overheid kan in relatie tot deze organisaties meerdere rollen tegelijk hebben. Zij kan eigenaar zijn, beleidsmaker, opdrachtgever, regelgever en soms ook politieke beïnvloeder. Wanneer die rollen niet helder van elkaar worden gescheiden, ontstaat het risico dat bestuur en toezicht onduidelijk worden.

Juist daarom is goed toezicht bij staatsbedrijven zo belangrijk. Het moet helderheid brengen waar belangen door elkaar kunnen lopen. Het moet tegenwicht bieden waar besluiten onvoldoende doordacht zijn. Het moet bewaken dat publieke middelen zorgvuldig worden ingezet. En het moet erop toezien dat de organisatie niet alleen vandaag functioneert, maar ook morgen nog betrouwbaar, wendbaar en maatschappelijk relevant is.

Toezicht is meer dan aanwezigheid in een Raad

In veel organisaties bestaat formeel een Raad van Commissarissen, Raad van Toezicht of een vergelijkbaar toezichthoudend orgaan. Maar de aanwezigheid van zo’n orgaan betekent nog niet automatisch dat er sprake is van goed toezicht.

De echte vraag is niet alleen: is er een Raad?
De echte vraag is: functioneert die Raad ook daadwerkelijk?

Worden de juiste vragen gesteld? Worden bestuurders voldoende uitgedaagd? Is er kennis van financiën, strategie, risico’s, wetgeving, integriteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid? Is er voldoende onafhankelijkheid om ook kritische standpunten in te nemen? En is er moed om in te grijpen wanneer dat nodig is?

Toezicht is geen erefunctie. Het is een verantwoordelijkheid. Zeker bij staatsbedrijven vraagt toezicht om tijd, deskundigheid, onafhankelijk denken en een sterk moreel kompas.

Een toezichthouder moet kunnen meedenken, maar ook kunnen tegenspreken. Moet vertrouwen geven, maar ook controleren. Moet de organisatie helpen ontwikkelen, maar ook grenzen bewaken. Dat maakt toezicht tot een vak dat voortdurende professionalisering vereist.

De internationale beweging: van positie naar professionaliteit

Internationaal is er steeds meer aandacht voor de governance van staatsbedrijven. Dat is niet zonder reden. In veel landen beheren staatsbedrijven grote publieke middelen en hebben zij invloed op vitale sectoren van de economie. Wanneer deze organisaties goed functioneren, kunnen zij bijdragen aan economische groei, betere dienstverlening en maatschappelijke stabiliteit. Wanneer zij slecht functioneren, kunnen zij juist leiden tot financiële risico’s, verlies van vertrouwen, politieke beïnvloeding en inefficiënt gebruik van publieke middelen.

De internationale beweging is duidelijk: toezicht op staatsbedrijven moet professioneler, transparanter en onafhankelijker worden.

Daarbij verschuift de aandacht van de vraag:
wie mag namens de overheid in een Raad zitten?

naar de veel belangrijkere vraag:
wie beschikt over de juiste deskundigheid, integriteit en onafhankelijkheid om toezicht te houden op een organisatie met publieke betekenis?

Dat is een wezenlijk verschil.

Een benoeming in een toezichthoudende functie zou niet primair moeten worden gezien als erkenning, beloning of vertegenwoordiging. Het zou moeten gaan om bekwaamheid, betrouwbaarheid en toegevoegde waarde.

Waarom dit onderwerp nu urgent is voor Suriname

Suriname staat aan de vooravond van belangrijke economische en maatschappelijke ontwikkelingen. De verwachte groei in sectoren zoals olie en gas, infrastructuur, dienstverlening, technologie en internationale investeringen zal hoge eisen stellen aan publieke en semi-publieke organisaties.

In zo’n periode wordt de kwaliteit van staatsbedrijven en overheid-gelieerde ondernemingen extra belangrijk. Zij kunnen een motor zijn van ontwikkeling, maar alleen wanneer zij professioneel worden bestuurd en effectief worden gecontroleerd.

Als toezicht onvoldoende functioneert, kunnen grote kansen omslaan in risico’s. Investeringen kunnen verkeerd worden afgewogen. Benoemingen kunnen onvoldoende gebaseerd zijn op kwaliteit. Financiële problemen kunnen te laat zichtbaar worden. Integriteitsvraagstukken kunnen blijven liggen. En publieke organisaties kunnen het vertrouwen verliezen van burgers, bedrijven en internationale partners.

Daarom is toezicht bij staatsbedrijven geen technisch onderwerp. Het is een nationaal ontwikkelvraagstuk.

Goed toezicht draagt bij aan vertrouwen. Vertrouwen van burgers dat publieke middelen zorgvuldig worden gebruikt. Vertrouwen van werknemers dat organisaties professioneel worden geleid. Vertrouwen van investeerders dat besluitvorming transparant en betrouwbaar is. En vertrouwen van de samenleving dat staatsbedrijven werkelijk handelen in het algemeen belang.

← terug naar overzicht

.