Een gevoelig maar noodzakelijk onderwerp is de samenstelling van toezichthoudende organen.
In veel landen, niet alleen in Suriname, bestaat het risico dat benoemingen in Raden van staatsbedrijven mede worden beïnvloed door politieke, persoonlijke of bestuurlijke verhoudingen. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat iemand ongeschikt is, maar het kan wel de schijn oproepen dat loyaliteit belangrijker is dan deskundigheid.
Voor het vertrouwen in staatsbedrijven is dat riskant.
Een moderne governance benadering vraagt om transparante benoemingscriteria. Daarbij moet worden gekeken naar deskundigheid, ervaring, onafhankelijkheid, integriteit en de samenstelling van de Raad als geheel.
Een goede Raad heeft verschillende kwaliteiten nodig. Denk aan financiële kennis, juridische kennis, sectorkennis, strategisch inzicht, kennis van risicomanagement, maatschappelijke sensitiviteit, HR- en organisatiekennis, technologische kennis en ervaring met veranderprocessen.
Niet iedere toezichthouder hoeft alles te kunnen. Maar de Raad als geheel moet voldoende sterk zijn om het bestuur professioneel te kunnen volgen en uitdagen.
Daarom zou bij elke benoeming de vraag moeten zijn:
Welke kwaliteit voegen wij toe aan deze Raad?
Niet: welke positie vullen wij in?
Transparantie en verantwoording
Staatsbedrijven beheren of beïnvloeden vaak publieke middelen en publieke belangen. Dat vraagt om meer transparantie dan bij veel andere organisaties.
Transparantie betekent niet dat alles openbaar moet zijn of dat bedrijfsgevoelige informatie zonder onderscheid gedeeld moet worden. Transparantie betekent wel dat de samenleving, de aandeelhouder en relevante stakeholders kunnen begrijpen hoe de organisatie presteert, welke risico’s spelen, welke keuzes worden gemaakt en hoe het toezicht functioneert.
Een jaarverslag zou daarom niet alleen financiële cijfers moeten bevatten, maar ook informatie over strategie, risico’s, maatschappelijke impact, governance, integriteit en de werking van de Raad.
Ook de Raad zelf moet bereid zijn verantwoording af te leggen. Niet in de vorm van politieke profilering, maar in de vorm van professioneel inzicht: wat heeft de Raad besproken, welke thema’s zijn belangrijk geweest, welke risico’s zijn gesignaleerd en hoe is toezicht gehouden op de belangrijkste ontwikkelingen?
Dat versterkt het vertrouwen.