Ervaring, deskundigheid en onafhankelijkheid zijn niet hetzelfde. Toch worden ze bij de benoeming van commissarissen regelmatig als vanzelfsprekend met elkaar verbonden.
Een succesvolle bestuurder, ondernemer of ervaren professional beschikt over waardevolle kennis. Maar toezichthouden is een ander vak dan leidinggeven. Het vraagt om het vermogen afstand te nemen, kritische vragen te stellen, risico's te doorgronden en besluiten te beoordelen zonder zelf op de stoel van de directie te gaan zitten.
Vooral bij staatsbedrijven en semistaatsbedrijven is die verantwoordelijkheid bijzonder groot. Commissarissen bewaken niet alleen de continuïteit en prestaties van de onderneming, maar opereren ook in een omgeving waarin publieke belangen, politieke verwachtingen en zakelijke doelstellingen elkaar kunnen raken.
Van vertrouwen naar aantoonbare deskundigheid
Een benoeming is een uiting van vertrouwen. Maar vertrouwen alleen is onvoldoende om goed toezicht te waarborgen.
Kan een commissaris een jaarrekening kritisch beoordelen? Herkent hij de financiële en operationele risico's van een strategisch besluit? Weet hij wanneer hij moet ingrijpen en wanneer juist afstand moet worden gehouden?
En misschien nog belangrijker: durft hij een ongemakkelijke vraag te stellen wanneer iedereen aan tafel het al met elkaar eens lijkt te zijn?
Het zijn geen theoretische vragen. Ze raken direct aan de kwaliteit van besluitvorming, het voorkomen van bestuurlijke fouten en het vertrouwen van medewerkers, aandeelhouders, investeerders en de samenleving.
Professionalisering is geen teken van zwakte